• Header
  • Header
  • Header
  • Header
  • Header
  • Header
  • Header
klogozwart

Vogelbeschermingswacht Zaanstreek
Werkgroep Roofvogels en Uilen

BOSUIL, Strix aluco, Tawny Owl, Waldkauz, Chouette hulotte

Kenmerken: Grotere uil dan Kerk- en Ransuil. Grote ronde kop met zwarte ogen. Geen oor pluimen. De grondkleur kan variëren van grijs tot donkerbruin of roestrood. 60% is bruin, 30% rood en 10 % grijs. Maar in de duinen is 80% rood. Donkere boven- en lichte onderzijde dicht gevlekt en in de lengte gestreept. Gedrongen vliegbeeld met korte ronde vleugels en korte staart. Geslachten gelijk. Mannetje gem. 440 g. L 40 en Spanwijdte 93 cm. Vrouwtje gem. 560 g. L 42 en SW 98 cm. Sterfte 1e jaar ca. 50%. Latere jaren ca. 25%. Veel sterfte door verkeer, schachten en schoorstenen, waarin de uilen vallen en niet meer omhoog kunnen komen. Max. leeft. 20 jaar.

Geluid: Meest gehoorde uil. Zang een diep, muzikaal hoe-hoe-hoe, gevolgd door een lang en beverig oe-oe-oe. De variatie in zang per individu is constant, zodat rivalen elkaar persoonlijk leren kennen en afzonderlijke mannetjes bij inventarisaties aan hun stem zijn te herkennen.

Voedsel: Zoogdieren en vogels tot ca. 300 g. Gemiddeld 75 % kleine zoogdieren, hoofdzakelijk veld- en bosmuizen, maar ook ratten, mollen en jonge konijnen. 15% Vogels; mussen en vinken, maar ook duiven, gaaien en eksters. 10% Kikkers, padden en regenwormen. Bijzonder kenmerkend voor de Bosuil is het uitwijken naar vogels als onvoldoende muizen aanwezig zijn. Van gebrek aan muizen of een strenge winter heeft de Bosuil – in tegenstelling met nadere uilen- weinig te lijden. Vnl. standjacht, geruisloze jachtvlucht. Jaagt ook op de grond. De ca. 5 cm grote braakballen worden vaak overal onderweg uitgebraakt en zijn moeilijk te vinden.

Voorkomen: Meest voorkomende uil, niet alleen in het bos maar ook in villatuinen en stadsparken met oude bomen o.a. in Amsterdam. Uitgesproken standvogel, die het hele jaar in zijn territorium verblijft. In NL met ca. 5.000 broedparen vrij stabiel. In de Zaanstreek tot nu toe geen broedgevallen vastgesteld, hoewel er in de verschillende stadsparken voldoende oude bomen aanwezig zijn. Voortplanting: Geslachtsrijp in het 1e levensjaar. Bosuilen zijn strikt monogaam. Zijn gepaard voor het leven en zeer honkvast. Balts met veel geluid en vliegactiviteit. Broedt bij voorkeur in boomholten en nestkasten, maar ook in gebouwen. Een broedsel van 2-4 eieren per jaar. Bij weinig voedsel geen. Klauteren, het begin van het takkelingenstadium, is al vanaf 12 dagen te zien. Jongen zijn met 3 maanden zelfstandig en zwerven dan gem. 2,5 en max. 6 km rond, soms tot 50 km.

foto ©Irdigophoto.nl

foto ©natuurfoto-zeevang.nl