• Header
  • Header
  • Header
  • Header
  • Header
  • Header
  • Header
klogozwart

Vogelbeschermingswacht Zaanstreek
Werkgroep Roofvogels en Uilen

Valken

Latijns: Falconidae

 

BOOMVALK Falco subbuteo, Hobby, Baumfalke, Faucon hobereau

Kenmerken; Kleine valk met lange slanke vleugels en middellange staart en markante baardstreep. Leigrijze bovenzijde en overlangs gestreepte licht onderzijde. Opvallende rossige broek. Witte halsvlek. Pijlsnelle, hoge zwaluwachtige vlucht.

Vrouw 230 gram, SW 80 cm. Man 200 gram, SW 75 cm. Gem.lft. 2.5 jaar. Max. 11 jaar

Geluid; snel herhaald ki-ki-ki. Boomvalken zijn zeer luidruchtig tijdens de balts en wanneer de jongen uitvliegen.

Voedsel; Vangt met spectaculaire snelle duikvluchten (150km/uur) kleine vogels, ook zwaluwen en grote vliegende insecten als libellen en meikevers. Insecten worden vaak in de lucht uit het vuistje verorberd. Jaagt soms gemeenschappelijk met meer dan 5 vogels in de vroege ochtendschemer boven rietvelden en vennen op libellen.

Voorkomen; Broedvogel van open gebieden en tegenwoordig veel rond steden met hoge bomen of boomgroepen met oude kraaiennesten. In de buurt van steden is minder kans op predatie door havik en is meer voedsel aanwezig zoals gierzwaluwen en spreeuwen. Sinds 90tiger jaren is het aantal broedparen vermindert tot ca. 500 paren in 2014. Zaanstreek ca. 3 paar. Afname waarschijnlijk door minder voedselaanbod en toegenomen predatie van jongen door Havik en Buizerd. Echte trekvogel. Arriveert eind april en vertrekt in sept. naar Zuid Afrika (ca. 8000 km). Bedreigde soort (Rode Lijst).

Voortplanting; Baltst met spectaculaire stuntvluchten met snelle duiken. Broedt in oude kraaiennesten, liefst hoog in bomen en hoogspanningsmasten. 1 Legsel van 2-4 beige eieren. Broedt laat, zodat opgroei jongen samenvalt met het uitvliegen van jonge spreeuwen en zwaluwen. Na verlaten van het nest blijven de jongen nog geruime tijd afhankelijk van de ouders.10-20% Van jonge boomvalken en sperwers valt ten prooi aan havik en buizerd.

ROODPOOTVALK, Falco vespertinus, Red-footed Falcon, Rotfussvalke, Faucon kobez

Kenmerken: Kleine valk met silhouet van Boomvalk. Man boven en onder leigrijs met rode broek, anaalstreek, poten en oogring. Vrouw veel lichter met roestbruine borst en kruin en zwart oogmasker. Jonge Roodpootvalk lijkt erg op jonge Boomvalk. De kop is echter lichter een de meeste hebben een lichte halsring. L 28-29 cm SW 74 cm.

Voedsel: Bij voorkeur insecten als sprinkhanen, mieren, kevers, libellen, langpootmuggen, bijen en vliegen die vaak in de lucht worden gevangen. Jongen worden hoofdzakelijk gevoerd met hagedissen, jonge zangvogels en muizen. Standjacht vanaf palen, draden en boomtoppen met korte jachtvluchten. Lage zoekvlucht afwisselend glijdend en biddend. Jaagt ook lopend. Jaagt gewoonlijk in de morgen en tegen de avond. Pakken ook muizen van de grotere torenvalk af.

Voorkomen: Broedvogel van hoogveengebieden, rivierdalen en estuaria in Rusland, Oekraïne, Moldavië en Roemenië (Donaudelta). Ca. 25.000 broedparen. Overwintert in Zuidelijk Afrika.

In Nederland regelmatige invasie- en dwaalgast, vooral bij aanhoudende oostenwind en mooi droog weer. In voorjaar 1992 ca. 1200 vogels.

SLECHTVALK   Falco peregrinus, Peregrine, Wanderfalke, Faucon pelerin

Kenmerken; De grote broer van de boomvalk met een fors lichaam, lange spitse vleugels, relatief korte staart en markante baardstreep. Leigrijze bovenzijde en dwarsgestreepte lichte onderzijde. Juveniel bruin en in de lengte gestreepte borst. Vrouw 1100 gram, SW 115 cm. Man 750 gram, SW 90 cm.

Geluid; snel kekkerend kek-kek-kek

Voedsel; vrijwel uitsluitend vogels van spreeuw tot gans, welke in de vlucht worden gevangen. Langs de kust en bij grote steden is volop voedsel in de vorm van stadsduiven en meeuwen. Jachttechniek; valk start vanaf uitkijkpost, gaat boven prooi vliegen en stort zich er dan bovenop, bij missen (vaak) achtervolgingsvlucht. Prooi zal altijd proberen te ontsnappen door snel te wenden, wat de valk niet kan. Zit in vlakke gebieden (wadden) vaak op de grond of op hek of paaltje en jaagt dan ook vlak boven de grond. Jaagt bij veel kunstlicht ook s’nachts . In prooiresten worden vleermuizen en s’nachts trekkende vogels als waterrallen aangetroffen.

Voorkomen; Stand- en trekvogel. Broedvogel van hoge kliffen. Sinds een tiental jaren ook in Nederland in nestkasten hoog op centrales of fabrieken in de buurt van groot water. In NH Hemcentrale A’dam, Hoogovens, Zaandam en KPN toren Wormer. Noord Europa 1975; 75 paar, nu ca. 2000 paar. NL. in 2011 meer dan 100 broedparen, meestal in kasten op hoge zendmasten en centrales. Zaanstreek 3 broedparen. Overwinteraars van sept. t/m maart; 100-200 ex. Zaanstreek; ca.5 ex. Komt en gaat met de smienten, zijn belangrijkste winterprooi. Noordelijke valken trekken ook door naar Afrika.

Voortplanting; 1 Legsel van 3-4 donker kastanjerood gevlekte eieren. Jongen zijn na uitvliegen nog 2 maanden afhankelijk.

Bijzonderheden;  Snelste dier ter wereld, 300 km per uur. Bij missen van prooi tijdens duikvlucht kan valk te pletter slaan. Uitbreiding in Nederland is vrijwel geheel te danken aan het plaatsen van nestkasten op grote hoogte. Om deze nestkasten wordt nog vaak vooral door de grote vrouwtjes strijd op leven en dood geleverd. De soort is gevoelig voor verstoring.

SMELLEKEN, Falco columbarius, Merlin, Merlin, Faucon émerillon

Kenmerken: Kleinste valk en roofvogel met opvallend gedrongen silhouet. Man met donkere blauwgrijze kop, rug en staart. Vrouw donkerbruin met gebandeerde staart. Beide donker gestreepte onderzijde. De zeer snelle dynamische vlucht, vaak laag door het landschap is zijn meest kenmerkende eigenschap. L 25-30 cm 60-65 cm.

Voedsel: 90% kleine vogels. In veel streken driekwart Graspiepers. Maar ook Veldleeuwerik, Strandlopers, Tureluurs en zelfs Kieviten. 10% kleine zoogdieren, libellen, kevers en vlinders. Zit graag opeen hoge uitkijkpost. Jaagt boven open land laag over de grond met verrassingsaanvallen en langdurige achtervolgingen. Slaat een kwart van de prooien in de lucht, de rest op de grond. Man en vrouw jagen ook wel gezamenlijk.

Voorkomen: Broedvogel van gebieden met veel zangvogels in open landschappen in IJsland, Scandinavië en Noord Rusland met ca. 40.000 broedparen. De meeste overwinteren in West Europa. In Nederland overwinteren ca. 1000-2000 vogels.

TORENVALK, Falco tinnunculus, Common Kestrel, Turmfalke, Faucon crécerelle

Kenmerken; Kleine meest algemene valk. Man blauwgrijze kop, donker gevlekte roestbruine bovenzijde met contrasterende zwarte hand en grijze staart met zwarte eindband. Vrouw overwegend roestbruin , dwars gebandeerde rug en staart. Beide lichte donker gevlekte onderzijde en zwarte snor. Vaak biddend. Ook standjacht. Vrouw 220gram, SW 80 cm. Man 200 gram, SW 75 cm. Gem.lft. 2 jaar, max. 8 jaar.

Geluid; schel, snel herhaald kie-kiek-kie. Zwijgzaam buiten broedseizoen.

Voedsel; Prooi; 90 % muizen, 10% kleine vogels en insecten

Voorkomen; Stand- en zwerfvogel van open gebieden. Tegenwoordig ook veel in steden en dorpen. In Nederland in 90tiger jaren 7.000 nu ca. 5.000 broedpaar. Zaanstreek ca. 15 paar. Aantallen nemen af door minder muizen, tekort aan broedgelegenheid en predatie van jonge vogels door Havik en Buizerd. Vogels uit NO Europa trekken door tot midden Afrika.

Voortplanting; Broedt in oude kraaiennesten, in gebouwen en tegenwoordig bijna overal in door ons geplaatste nestkasten op palen. 1 legsel van 4-5 ge3el tot roodbruine eieren, soms 9. Vrouwtje broedt meestal ca. 30 dagen. Mannetje jaagt voor vrouw en jongen. Broedsucces afhankelijk van muizenbestand. De muizenstand fluctueert in onze streken gedurende vier jaar van een uitgesproken slecht jaar, tot een bijzonder rijk jaar. Dat dwingt valken tot zwerftochten in slechte jaren. Toch hebben torenvalken iets waar de muizen maar moeilijk tegen kunnen opboksen; een torenvalk die over een landschap vliegt kan aan de UV- reflectie van muizenurine die plekken herkennen waar muizen talrijk zijn. Dat zijn vooral bermen en dijken, die minder vaak gemaaid worden. Dit bidden tegen de wind in (zonder wind geen bidden) kost veel energie, die door de valken zo efficiënt mogelijk wordt besteed. Want zo’n grote inspanning moet natuurlijk wel tot resultaat (een vette woelmuis) leiden. En dankzij het zicht met behulp van uv-straling lukt dat vaak genoeg om één van de meest succesvolle valkensoorten ter wereld te zijn. In de winter omzeilen de muizen dit probleem door zoveel als mogelijk onder de sneeuw te blijven.

 

Literatuur

- Ecologische Atlas van de Nederlandse Roofvogels 1996, Rob G. Bijlsma

- Handleiding Veldonderzoek Roofvogels 1997, Rob G. Bijlsma

- Roofvogels en Uilen in Europa 1999, Henk van den Brink

- Veldgids Roofvogels 2005, Benny Gensbol

2015 Marcel Boer/ werkgroep Roofvogels en Uilen, Vogelbeschermingswacht Zaanstreek