• Header
  • Header
  • Header
  • Header
  • Header
  • Header
  • Header
klogozwart

Vogelbeschermingswacht Zaanstreek
Werkgroep Roofvogels en Uilen

Beleef de Lente 2014

De website van Beleef de Lente is weer in de lucht en de meeste webcams draaien al weer op volle toeren. De camera's bij een nest van de spreeuw, de roodstaart en de zeearend draaien nog niet en het wachten is op het moment dat deze ook online gaan komen. Voor ons roofvogels en uilen liefhebbers is het weer smullen van de beelden van de torenvalk, de steenuil, de oehoe en de slechtvalk , maar natuurlijk ook van de andere soorten die te zien zijn.

Sinds 2007 kun je met de webcams van Vogelbescherming Nederland rechtstreeks in vogelnesten kijken, live, 24 uur per dag, van 1 maart tot 1 juli! Miljoenen bezoekers over de hele wereld leven zo mee met het wel en wee van de kleinste steenuil tot de grootste oehoe. Vogelbescherming wil dat zoveel mogelijk mensen kunnen genieten van het kijken naar vogels. Draagvlak voor natuurbescherming begint immers met liefde voor de natuur. Beleef de Lente wordt mogelijk gemaakt door de belangeloze inzet van tientallen vrijwilligers, voor en achter de schermen, de bijdrage van vogelwerkgroepen en soortwerkgroepen en natuurlijk de terreinbeheerders en particulieren die gastvrijheid bieden aan de vogelnesten met de camera’s.

Website : www.beleefdelente.nl

OPKOMST VAN DE SLECHTVALK IN NOORD-HOLLAND.

Inleiding.

De slechtvalk stond bij mij als jonge vogelaar, een jaar of veertig geleden, bovenaan op mijn verlanglijstje van waar te nemen soorten. Het betreft de zeventiger jaren. Weinig kans in die tijd. Aan de hand van deze roofvogel werd in de zestiger jaren ontdekt hoe schadelijk het gebruik van pesticiden, met name DDT, kon zijn. De stand decimeerde in die tijd. Sowieso was deze valk een zeldzame broedvogel in ons land in de vorige eeuw. Broedgevallen waren op één hand te tellen. Na verbod van DDT is de populatie langzaam gaan herstellen.

Vrouwtje Slechtvalk ( foto ©Roely Bos )

LIMBURG HAD DE PRIMEUR.

De slechtvalk broedt vanaf 1990 weer jaarlijks in Nederland. Het eerste paar broedde in Maasbracht (Limburg) en was afkomstig uit Duitsland, pas in 1996 volgde het tweede paartje (Geleen). Gestaag is daarna het aantal uitgebreid en al snel volgen andere provincies. Naar voorbeeld vanuit het Rhurgebied (Duitsland) is de Werkgroep Slechtvalk Nederland (WSN) opgericht en zijn er nestkasten geplaats op elektriciteitscentrales en andere hoge gebouwen. De slechtvalk, die van oorsprong graag op hoge plekken, rotsrichels en dergelijke broedt, is tuk op de met grind gevulde kasten. Een aanvliegrooster is wel wenselijk om een goede landing te waarborgen. De 2-5 (meestal 3 of 4) eieren worden in een kuiltje in het grind gelegd. Afhankelijk van de grootte van het legsel komen eieren na een dag of veertig uit. De jongen vliegen na 5 à 6 weken voor het eerst uit, maar hebben nog een maand of twee ‘training’ van de ouders nodig om zelfstandig te kunnen worden.

Jonge Slechtvalk van ongeveer 25 dagen oud . foto © Roely Bos

WONINGNOOD

Inmiddels is de vraag naar geschikte broedplekken groter dan het aanbod. Daardoor gaan ook paartjes broeden in bijvoorbeeld oude kraaiennesten op hoogspanningsmasten, of zomaar op het dak of de rand van een gebouw. Om bestaande kasten wordt tegenwoordig regelmatig gevochten. Vaak door de (sterkere) vrouwtjes. Soms wordt een broedend vrouwtje verjaagd door een soortgenote, waarbij eieren en/of jongen meestal niet meer verder verzorgd worden. De knokpartijen, waarbij zelfs de dood van een van de dames kan volgen, leiden ook geregeld tot verstoring van bestaande legsels, waardoor minder jongen groot worden. Meer kasten op hoge gebouwen is eigenlijk wenselijk. Soms voldoet zelfs een bak fijn grind op een luwe plek zoals in 2013 op het dak van het Ziekenhuis Leyenburg (Den Haag) het geval was. Pikant detail is dat het mannetje aldaar in 2011 op de straaltoren in de Waarderpolder te Haarlem, is voorzien van kleurring UW. Een Noord-Hollander dus.

Mannetje Slechtvalk met "UW" kleurring duidelijk zichtbaar . foto © Wim van Yperen

De territoria hoeven in feite niet eens ver uit elkaar te liggen. Voedsel, verwilderde stadsduiven en vele andere prooien genoeg. Een mooi voorbeeld is Amsterdam: nesten op het Afval Energie Bedrijf (AEB), Hemwegcentrale en een hijskraan op de voormalige Amsterdamse Container Terminal (ACT) langs het Noordzeekanaal, liggen hemelsbreed 4,5 km uit elkaar. Enkele vleugelslagen van elkaar verwijderd voor een slechtvalk!

De territoria hoeven in feite niet eens ver uit elkaar te liggen. Voedsel, verwilderde stadsduiven en vele andere prooien genoeg. Een mooi voorbeeld is Amsterdam: nesten op het Afval Energie Bedrijf (AEB), Hemwegcentrale en een hijskraan op de voormalige Amsterdamse Container Terminal (ACT) langs het Noordzeekanaal, liggen hemelsbreed 4,5 km uit elkaar. Enkele vleugelslagen van elkaar verwijderd voor een slechtvalk! Kans op succes, na het plaatsen van een nestkast met het juiste grind, is bijna gegarandeerd.

DE ONTWIKKELING IN NOORD-HOLLAND

In onze provincie had de Elektriciteitscentrale langs de Hemweg te Amsterdam in 2003 de primeur met twee jongen. Van 2004 tot en met 2007, waren er twee broedparen succesvol: één te IJmuiden en één op de Hemwegcentrale. Veelal door het plaatsen van nestkasten is het aantal daarna snel gestegen.

De tabel geeft en overzicht van de aantallen geringde jongen. De seksratio is mooi gelijk. Er waren enkele mislukte broedgevallen door knokkende slechtvalken. In 2011 is het in de Hemwegcentrale helaas niet gelukt de jongen te ringen. Op de Straaltoren Haarlem liggen in 2013 vier eieren in de kast. Ten tijde van dit artikel is het nog de vraag of deze uitkomen. Op de hijskraan bij de voormalige ACT langs het Noordzeekanaal, is de kast weggehaald. De kranen staan in de verkoop. In 2012, ondernam ook een broedpaar in Amsterdam Oost een poging in een oud kraaiennest nabij de brug naar IJburg. Helaas mislukte dit (overigens mislukken broedpogingen op andere plaatsen dan in de nestkasten vaker (mededeling Peter van Geneygen). Er zijn ook nestkasten die soms al enkele jaren geleden geplaatst zijn, niet succesvol gebleken. Een voorbeeld betreft het ABN AMRO gebouw aan de Zuidas in Amsterdam. Nadat het veel te grove grind werd vervangen was het in 2013 meteen raak en werd er succesvol gebroed met als resultaat: vier jongen. Plaatsing van een nestkast, maar ook de juiste vloerbedekking luisteren kennelijk nogal nauw. Dankzij moderne technologie zoals de webcam is in een aantal kasten nauwkeurig te volgen hoe het broeden verloopt. Meest ideaal is een webcam in de kast en een webcam gericht op het rooster, om ook prooiaanvoer, paring en gevechten te kunnen volgen. Vogelend Nederland kan meegenieten via internet. Voorbeelden: AEB Amsterdam (www.aebperegrinus.nl), Hemwegcentrale Amsterdam, Watertoren Aalsmeer. Even “Googlen” naar deze plekken en het woord slechtvalk erbij en je kijkt mee in de kast. Drama TV in optima forma.

Kleurringen

Tot nu toe zijn vrijwel alle in Noord-Holland geboren slechtvalken, voorzien van een oranje kleurring met twee letters om de rechterpoot. Daarnaast, volgens protocol van het Nederlands Vogeltrekstation, een ring om de linkerpoot met een unieke 7-cijferige combinatie. De kleurringen kunnen vrij goed afgelezen worden op de webcam, met een telescoop of vanaf de met de telelens genomen foto’s. Een geweldig voordeel, waardoor we vele terugmeldingen uit alle windstreken krijgen en bijvoorbeeld aan de weet kunnen komen hoe de populatie zich ontwikkelt en wie een paar vormt met wie (vaak jarenlang trouw aan elkaar…).

Kleurring "O W" om de rechterpoot van een vrouwtje Slechtvalk en een ring van het vogeltrekstation om de linkerpoot. foto © Roely Bos

Uitvliegen

Voor de jonge slechtvalken is het uitvliegen een waagstuk. Logisch als je moet uitvliegen van een hoogte van 40-120 meter. En dat vanaf een gebouw met wervelwinden rondom. De jongen zijn nog onbekend met de vele gevaren. Een van de eerste uitvliegers in Noord-Holland vloog direct door de hete uitstoot van een schoorsteen en werd geroosterd. Onder de Wormer straaltoren lag vorig jaar een gaaf, jong mannetje met een gebroken nek. Waarschijnlijk een misrekening bij de landing hoog op de toren…. Windvlaag? Geregeld worden jongen in de buurt van het nest op een wat vreemde plek (levend) teruggevonden, soms op de grond of op een ander gebouw. Meestal helpt het dan om ze in of bij de nestkast terug te zetten. Het is bekend dat zo’n 60-70% van jonge roofvogels sneuvelt in het eerste jaar. Uitvliegen is een risico. Leren jagen gaat de een ook makkelijker af dan de ander. Op eigen benen staan en de eerste winter door zien te komen is moeilijk.

Gesneuveld uitgevlogen jong mannetje , Wormer 2012. foto © Jos Blakenburg

Prooien

Slechtvalken slaan vrijwel uitsluitend vogels in de vlucht. Het mannetje (gewicht om en nabij de 700 gram) en het vrouwtje ( ruim 1000 gram) verschillen nogal in grootte en dat is ook terug te vinden in de prooien, die man en vrouw vangen. Mannetjes vangen meest prooien ter grootte van een spreeuw, zoals lijsterachtigen en gierzwaluw. Het vrouwtje vangt grotere prooien zoals, duiven, meeuwen en kauwen. In de nestkast en in de omgeving van de kasten zijn veel prooiresten te vinden.

Prooisoorten

Slechtvalken zijn net als de meeste roofvogels opportunistisch en vangen de voor de hand liggende (voorbijvliegende) prooien. In de nestkast Aalsmeer, aan de Westeinderplas, lagen maar liefst zeven koppen van visdiefjes. Waarschijnlijk makkelijk van bovenaf te overrompelen als ze boven het water staan te bidden met de blik naar beneden gericht. IJmuiden laat de nodige trekvogels zien, die de kustlijn volgen, onder andere rosse grutto en waterral. De AEB had een heel divers aanbod, veelal stadsvogels, zoals duif, meeuw, waterhoen maar ook twee halsbandparkieten. In Haarlem werden in 2013 restanten van een hop gevonden! Wormer leek vorig jaar gespecialiseerd in spreeuwen, en vooral wedstrijdduiven, maar er was ook een appelvink. Een onderzoekje leerde ten eerste dat vooral jonge (onervaren) duiven het slachtoffer waren en ten tweede dat de duiven uit alle windstreken, met name Noord-Holland, Zuid-Holland en Friesland kwamen, maar niet uit de Zaanstreek of omgeving! Kennen deze duiven het gevaar op de toren? Of hebben we minder duivenmelkers?

Prooiresten Wormer. Spreeuwen en merel. foto © Jos Blakenburg

Wintergasten

Onze nestkastbroeders zijn standvogels. Het hele jaar door blijft het territorium bezet. In de wintermaanden, september tot circa half april, hebben we ook een aantal wintergasten uit het hoge noorden, o.a. uit Scandinavië. Zij bezetten een winterterritorium. Veelal (leve de kleurringen!) blijken dit een mannetje en een vrouwtje uit verschillende streken in het Noorden te betreffen, die samen een winterterritorium bezet houden. In het voorjaar vliegen ze weer terug naar hun eigen broedterritorium om zich te herenigen met hun eigen partner van het jaar daarvoor. Heel vaak zie je in de winter slechtvalken vooral op hoogspanningsmasten zitten. In de winter van 2004 zijn met een simultaantelling, door de hele Zaanstreek en omstreken twaalf slechtvalken geteld. Gedurende de hele winter 2012-13 zat er op een kerktoren te Heemskerk een vrouwtje slechtvalk die het voornamelijk op de plaatselijke kauwen voorzien had (mededeling Tjalling Kampstra). Half april is ze weer vertrokken.

De toekomst

Ondanks de groeiende populatie staat de slechtvalk nog steeds op de Rode Lijst. Het is vooral dankzij inspanningen van vrijwilligers, het plaatsen van nestkasten op hoge gebouwen door de WSN (Werkgroep Slechtvalk Nederland) en plaatselijke liefhebbers en vogelwerkgroepen, dat de populatie kan groeien (naast herstel sinds het DDT tijdperk). Misschien wat kunstmatig, maar zo beschermen we wel meer soorten in ons gecultiveerde landschap. Vanwege het grote voedselaanbod zoals kauwen, verwilderde stadsduiven en meeuwen is er in Noord-Holland ruimte genoeg voor meer slechtvalken. Steeds meer broedparen gaan ook een eigen nestplaats zoeken: op een gebouw of in een oud kraaiennest in een hoogspanningsmast of zelfs een boom (lang leve de zwarte kraai!). Met een toenemende populatiedruk en misschien zelfs een dalende hoeveelheid prooidieren, zal automatisch de groei van de populatie afnemen. De strijd om en bij de nestkasten verstoort bestaande broedsels, die eerder mislukken of minder jongen voortbrengen. Broedgevallen buiten nestkasten mislukken ook vaker door verstoring en minder beschutting. Kortom: er zal een evenwicht komen, maar in Noord-Holland is voorlopig nog wel plaats voor wat kasten en bewoners!

Jos Blakenburg.

Gaat de sperwer broeden in de heemtuin?

Het is spannend. Al een aantal keren zijn er een sperwervrouwtje en een sperwermannetje in de heemtuin gezien . Of ze elkaar al hebben gevonden en huwelijksplannen maken is nog niet duidelijk. Rob van der Woude is het gelukt het vrouwtje te fotograferen. Dezelfde dag zag hij ook nog een havik mannetje  overvliegen. Een waarneming met gemengde gevoelens. Rob legt uit: “Mijn eerste kennismaking met een havik , in het Twiske, was de vondst van een geplukte sperwer onder een haviksnest.”

De openingstijden zijn   maandag t/m vrijdag van 9.30 tot  16.30 uur en vanaf april is de tuin ook op de zondagen geopend van 9.30 tot  16.30 uur .

Voor meer informatie over de Heemtuin kunt u bellen met : 075-6352185 . Locatie Bug. in 't Veld park .

http://www.nme-zaanstreek.nl/heemtuin

Flip Valk en Jeroen Buys . Foto's © Rob van der Woude .

Zoals uit het verslag van Rons Gans en Anita van Dort van 11 januari 2014 blijkt, vraagt onderhoud van de door ons geplaatste broedkasten het nodige werk. Dit gaat soms gepaard met gevaarlijke situaties (hoogte) en soms met bijzondere situaties ( bereikbaarheid). De meeste kasten hangen op gemakkelijk te bereiken plaatsen, waarbij het gebruik van een enkele ladder voldoende is om kasten te bereiken en te  onderhouden, schoon te maken en om broedsels te bereiken om de jongen te ringen. In sommige gevallen vraagt het heel wat klimwerk om de kast van een onderhoudsbeurt te voorzien. Zoals uit bijgaande foto's blijkt, is op een adres 1 ladder niet genoeg. Het eerste exemplaar wordt gebruikt om de bovenkant van de in de stal gelegen hooi en strobalen te bereiken. Een tweede exemplaar wordt benut om vanaf de strobalen de kast te inspecteren.
Dat bij dit soort klimpartijen de veiligheid niet uit het oog mag worden verlopen, bleek in 2013, toen een van de Noord-Hollandse werkgroep leden van 6 meter hoogte naar beneden stortte en ernstig gewond werd. gelukkig liep het uiteindelijk goed af en is de ongelukkige weer actief met zijn Kerkuilen bezig!! Soms redden de werkgroepleden het niet alleen en is de hulp van de kasteigenaar (de eigenaar van het erf waarop de kast aanwezig is) nodig om de plaats delict te bereiken. Zoals uit enkele foto's blijkt worden we op dit adres door een zeer enthousiaste boer op de voorlader van zijn tractor naar een hoogte van zo'n 4 en een halve meter gehesen om de kast te verzorgen. Dat hierbij geen moeite teveel voor hem is, geeft aan, dat de eigenaren ons zeer enthousiast steunen in ons werk en zeer behept zijn met het wel en wee van "hun" vogels. Tussentijdse telefoontjes van kasteigenaren naar leden van onze werkgroep om te informeren over de situatie of incidenten te melden komen gedurende het gehele jaar voor
Ook het plaatsen van nieuwe kasten vraagt soms improvisatie en zeker hulp van de erfeigenaren. Normaliter hangt een kerkuilenkast in een open ruimte. De kerkuil kan ongehinderd in en uit het gebouw vliegen waarbinnen de kast is opgehangen. Dit levert de erfeigenaar wel enige rommel in de vorm van braakballen en uitwerpselen op, maar dat wordt in bijna alle gevallen voor lief genomen. Soms kan dat niet, omdat in de ruimte gebruiksartikelen staan, die niet ondergepoept mogen worden. Dan levert plaatsing van een kast extra werk op, omdat de kastingang aan moet sluiten op een opening in de zijkant  van het gebouw. Daarenboven is een zogenaamde sluisingang noodzakelijk, om te voorkomen dat kauwen de hele kast volstouwen met takken om hun broedsel te verzorgen. Om een en ander toch te kunnen realiseren gaan sommige eigenaren zover dat ze in de buitenmuur van het gebouw een gat maken, waarop de sluis aansluit. De Kerkuil kan dan ineens in de sluis aanvliegen, een klein stukje door de sluis (een soort van kleine gang) lopen om in de kast te komen. Een vernuftige constructie die onze timmerman Peter van Doornspeek construeert.
Maar er zijn gelukkig ook kasten die weinig inspanning vragen om te woorden benaderd. De laatste foto's geven aan dat een enkele ladder voldoende is om de (soms toch nog hoog hangende kast) te benaderen. Dat de leden van onze werkgroep blij zijn, als alles weer goed verlopen is, blijkt wel uit de laatste foto....
Met vriendelijke roofvogel-groet,
Rein Beentjes

Sneeuwuileninvasie per schip

Woensdag 22 januari 2014

sneeuwuil op bootNederland is in de ban van sneeuwuilen. De zeldzame en enorm grote witte uil die normaal gesproken boven de poolcirkel leeft, duikt opeens op diverse plaatsen in Nederland op. Minstens vijf verschillende sneeuwuilen zijn gezien. Van de Waddeneilanden tot midden in Amsterdam en zelfs Limburg. Waar komen deze uilen vandaan? Vogelliefhebber Frans van der Esch heeft wellicht een spectaculaire verklaring.

Op Vlieland, Terschelling, Texel en zelfs in hartje Amsterdam tot in Limburg worden sneeuwuilen gezien. Deze indrukwekkende witte vogels (55-70 cm hoog en 1,5 meter spanwijdte) zijn doorgaans uitsluitend te vinden in de Arctische streken en zo af en toe zien we er een in Nederland. Maar nu zijn er al minstens vijf verschillende sneeuwuilen gezien en dat is ongekend.
Het lijkt er nu op dat deze uilen vanuit Canada in Nederland terecht zijn gekomen. In de Verenigde Staten is namelijk een grote ‘invasie’ van sneeuwuilen aan de gang. Nog nooit zijn er in de afgelopen vijftig jaar zoveel sneeuwuilen in de VS gezien. En ze zitten ongewoon zuidelijk tot zelfs Bermuda, Carolina en Missouri. Dit soort invasies vinden plaats wanneer het uilenvoedsel - voornamelijk knaagdieren - niet voldoende beschikbaar is. Daarbij was het dit jaar een heel goed broedseizoen voor de sneeuwuilen en is het extreem slecht weer in Canada en noordelijke deel van de VS. Gevolg: de uilen trokken massaal richting zuiden. Maar hoe komen de sneeuwuilen dan in Nederland terecht?

    

Verstekelingen

Daarvoor bellen we met vogelliefhebber Frans van der Esch uit Groningen. Hij heeft een spectaculaire mogelijke verklaring voor de sneeuwuileninvasie.
“Op 7 december voer ik als passagier met een containerschip van New York naar Europa. Twee dagen later kwamen we langs Canada, op ongeveer 50 mijl van Newfoundland  en toen kregen we opeens bezoek van 9 grote witte vogels. Ik wist meteen dat het sneeuwuilen waren. Ik heb er vroeger wel eens een op Vlieland gezien. Mijn toenmalige biologieleraar wilde dat niet geloven, dus ik heb me er destijds heel erg in verdiept. Ik wist dan ook meteen dat het 2 mannetjes en 7 vrouwtjes waren. Echt schitterend! Ze waren door de hevige storm die aan de gang was wel uitgeput en kropen op de containers dicht bij elkaar. Eenmaal op volle zee konden ze geen kant meer op en bleven ze aan boord.”

Vloog er geen enkele uil weg?

“Nee, in het begin zeker niet. Op 11 december kwamen we in de buurt van de Azoren en merkte ik dat ze ongeduldig werden en honger kregen. Maar de Azoren waren toch nog 150 mijl verderop. Ze vlogen rakelings over de golven, net alsof ze iets wilden vangen. Dat was wel spectaculair hoor, want de golven waren wel 10 meter hoog. Een schip voor ons verloor zelfs enkele containers zo ruig was de zee. Maar voor de sneeuwuilen leek het me een kansloze situatie. Uiteindelijk zijn er op 12 december voor de kust van Spanje nog vijf sneeuwuilen aan boord en 14 december 50 mijl uit de kust van Frankrijk zijn het er weer wat minder. Ik weet niet of de vogels die weg zijn gevlogen de kust hebben bereikt of hebben gekozen voor een ander voorbijvarend schip.”

Had de bemanning ook door dat ze een bijzondere lading hadden?

“Ze deden een beetje nonchalant in het begin. Maar toen ik ze erover vertelde hoe bijzonder het was en ze door de kijker liet kijken, sloeg dat helemaal om. Uiteindelijk gingen ze allemaal foto’s van de uilen maken en vonden ze het prachtig.”

Wanneer vlogen de laatste uilen van boord?

Dat was op 15 december bij Zeeland. Ik denk dat het er nog twee waren. Die zullen de Nederlandse kust zeker gehaald hebben. Geweldig om nu te horen dat er wel vijf  sneeuwuilen in Nederland gezien zijn. Daar zitten er hopelijk een paar van onze boot tussen, of wellicht wel allemaal. Schitterend ook dat er ook een sneeuwuil op Vlieland is gezien. Een sneeuwuil op mijn favoriete eiland. Zo is de cirkel weer rond.”