• Header
  • Header
  • Header
  • Header
  • Header
  • Header
  • Header
klogozwart

Vogelbeschermingswacht Zaanstreek
Werkgroep Roofvogels en Uilen

Dilemma: steenuilen bijvoeren of natuurlijke selectie?

Het is voor de Steenuil nu lastig om voedsel te vinden. ( Rechten: Saxifraga / Mark Zekhuis )

Terwijl de tuinvogels hier en daar nog een pindaslinger en vetbol vinden, hebben de roofvogels niet veel te kiezen. De sneeuwval zorgt ervoor dat een deel van het voedsel niet of minder goed bereikbaar wordt. Bij de Steenuilenwerkgroep Drenthe zijn er zorgen.

De buizerd kan zich nog tegoed doen aan verzwakte beesten. De torenvalk zoekt een warmer oord op als het hier te gek wordt. Maar de meeste roofvogels zien het menu met dit pak sneeuw direct slinken. Niet meteen iets om je zorgen over te maken, vindt roofvogeldeskundige Rob Bijlsma. "Deze beesten bestaan al twee miljoen jaar. Ze hebben al heel wat voor de kiezen gehad, ze redden zich wel. Het is nog niet eens een heel strenge winter."
Een populatie kan wel krimpen. "Als er vogels doodgaan dan ontstaat er meer ruimte voor de vogels die het wel redden. Zij gaan in het voorjaar weer broeden en over twee jaar is het weer bijgetrokken", aldus Bijlsma.

Muis onder de sneeuw

Bij de Steenuilenwerkgroep Drenthe zijn er wel zorgen. Op het wintermenu van de steenuilen staan voornamelijk muizen, die nu onder de sneeuw blijven en niet of nauwelijks te vangen zijn. De werkgroep houdt de weersomstandigheden goed in de gaten. Blijft de sneeuw dagen achtereen liggen, dan wordt aan erfeigenaren en vrijwilligers van de werkgroep gevraagd om de uilen bij te voeren.

Erwin Bruulsema van de werkgroep: "In 2009 hebben we voor het laatst bijgevoerd. Toen lag er drie keer achtereen een week lang sneeuw. Sommigen hebben bezwaar tegen het bijvoeren en dat snap ik heel goed. De sneeuw zorgt toch voor een stukje natuurlijke selectie. Maar het is een lastige: we zijn ook heel druk met de bescherming van de steenuilen; het gaat om een vrij kwetsbare populatie. En de kans dat de sneeuw er aan het eind van de week nog ligt is vrij groot."

Lok muizen voor een 'uilenvoederplek'

Betrokken vrijwilligers en erfeigenaren mogen zelf weten of ze de steenuilen extra voedsel geven. Wie de steenuil wil bijvoeren legt een eendagskuiken (uit de vriezer van de dierenwinkel) in de nestkast.

Van kerkuilen is ook bekend dat ze het moeilijk hebben in de sneeuw. "Op hooizolders van oude boerderijen hebben ze vaak geen plek meer. Ze zijn daarmee ook een jachtplek kwijt. Bijvoeren van de kerkuil is lastiger, omdat ze in principe alleen levend voer eten." Bruulsema heeft een tip voor erfeigenaren: "Leg tegen de schemering zaden op de grond, langs een takkenril of houthok bijvoorbeeld. Daar komen muizen op af. Eigenlijk maak je dan een uilenvoederplek."

'Iets dat op een tak zit'

Geen muizen, dat is geen probleem voor de bosuilen. "Die vinden wel iets dat op een tak zit", zegt Claus van den Hoek uit Nijensleek. Tijdens de sneeuwjacht van 6 op 7 februari kwam de bosuil al met een vogeltje thuis.

Ook ransuilen schakelen van muizen makkelijk over op vogeltjes. Denk aan huismussen en vinkachtigen. In de winter komen de ransuilen samen in een boom, een roestboom. Je zou denken dat je roestbomen makkelijk kan vinden, maar door de camouflage van de ransuilen gaat het toch niet zo makkelijk.

Bron: RTV Drenthe / https://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/167343/Dilemma-steenuilen-bijvoeren-of-natuurlijke-selectie

 

We zullen gaan zien hoe de uilen deze sneeuwperiode door gaan komen en bij de eerste controlerondes van de kasten in het vroege voorjaar zullen we een eerste indicatie gaan krijgen van de situatie waarin het uilenbestand in onze regio zich bevindt.

Werkgroep Roofvogels en Uilen (WRU) Vogelbeschermingswacht “Zaanstreek”

Aantal Jongen

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

Buizerd

22

61

59

 33

50

56

52

Torenvalk

180

187

147

144

137

154

157

Steenuil

16

12

5

 10

11

17

21

Havik

6

16

11

 5

10

22

13

Sperwer

17

8

12

 11

9

25

32

Ransuil

14

34

38

 38

12

2

57

Bruine kiekendief

4

11

7

 11

10

24

19

Slechtvalk

0

0

4

 0

2

2

4

Kerkuil

51

131

41

 55

44

40

114

Boomvalk

0

0

6

 0

6

-

-

Resultaten van het broedseizoen 2020

Kerkuil

Zoals trouwe lezers van De Kieft zich wellicht nog zullen herinneren, was 2019 een topjaar voor de Kerkuil. Onze verwachtingen voor 2020 waren dan ook hoog gespannen, omdat na een explosief jaar vaak een heel grote terugval plaatsvindt. En dat gebeurde dus ook! Dit jaar is een gemiddeld jaar geworden met 14 broedsels en rond 51 uitgevlogen jongen. Opvallend is, dat er geen enkel tweede broedsel in onze regio is ontdekt door onze groep, terwijl landelijk, vooral in Groningen en Brabant, dat juist wel het geval was.

Oorzaak hiervan zoeken we in de muizenpopulatie, die in ons werkgebied in de maand februari/maart een enorme knauw heeft gekregen door de vele regen. Waarschijnlijk zijn hierdoor heel veel veldmuizen verdronken. Dit is te merken geweest in het aanbod aan de jongen, dat uit andere muizensoorten bestond, hetgeen wij via de webcam konden volgen.

Ransuil

Ook de ransuil heeft te lijden gehad onder de afgenomen muizenpopulatie. Hierdoor zijn ze laat gaan broeden. Het aantal meldingen dat wij normaliter via diverse enthousiastelingen doorkregen, is daardoor enorm gedaald en heeft geresulteerd in slechts 16 waargenomen en deels geringde ransuilen.

Steenuil

De steenuil blijft toch wel het zorgenkindje van de Zaanstreek. Weliswaar zijn de resultaten beter dan in 2019, met 6 broedsels t.o.v. 3, maar de gewenste 10 broedsels, zoals we een paar jaar geleden tot doel hadden, werd wederom, ondanks alle inspanningen, niet gehaald. Blij zijn we met de 16 jongen die dit jaar aangetroffen zijn, in de hoop dat deze de populatie weer een boost(je) zullen geven.

Torenvalk

De torenvalk staat in ons land op de rode lijst. Dat betekent dat het aantal van deze soort in ons land onder druk staat en vermindert. Daar is in de Zaanstreek geen sprake van. Maar liefst 50 broedsels hebben we aangetroffen in ons werkgebied. Met 180 jongen bereiken we een vergelijkbaar resultaat als in 2019. Het gemiddeld aantal jongen per nest is wel iets teruggelopen. Opvallend is dat deze vogelsoort het dit jaar wel goed doet, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de uilen, en het recordjaar 2020 bijna evenaart. Een mogelijkheid is, dat deze vogel overdag jaagt en gedurende een langere tijd de mogelijkheid heeft prooi te verschalken, waar de uilen het in korte nachten dienen te rooien.

Ook op het in het verslag van vorig jaar genoemde sportcomplex is direct in het eerste jaar een broedsel aangetroffen en geringd en wel met 6 jongen!!

Buizerd

Een “rampjaar” voor de buizerd. Slechts 15 nesten hebben het slechte voorjaar overleefd. Regen en harde wind hebben veel slachtoffers gemaakt. 7 gevonden nesten zijn mislukt, zowel in de ei-, als ook in de jongen fase. Kou, regen en predatie hebben een grote aanslag gepleegd op de broedresultaten. 19 jonge vogels hebben we kunnen ringen en drie niet. Totaal 22 jonge Buizerds is een aantal dat ik nog niet heb meegemaakt in de 15 jaar dat ik met de groep meeloop.

Havik

6 jongen uit twee gelukte nesten is de hele oogst van dit jaar. Evenals bij de andere boombroeders heeft het slechte weer een grote invloed gehad. Alleen 2017 was een slechter jaar. 1 gevonden nest is niet gelukt, terwijl 1 nest niet kon worden geringd. Totaal 4 gevonden nesten. Positief is dat het gemiddelde in de gelukte nesten met 3 wel hoger was dan vorig jaar.

Sperwer

4 nesten met 17 geringde jongen is ten opzichte van vorig jaar in aantallen grootgebrachte jongen een duidelijke verbetering.  Een verdubbeling van het aantal nesten en het beste resultaat sinds 4 jaren Opvallend is dat in het buitengebied aan de noordzijde drie van de vier nesten zijn gevonden.

Bruine Kiekendief

“Nog moeilijker te vinden dan de sperwer is de bruine kiekendief. Als hij al wordt gesignaleerd in de balts, of de overdracht van prooien, is het nog ingewikkeld om de broedplaats te bereiken. Deze ligt namelijk in rietpercelen en we proberen deze zo min mogelijk te betreden en te beschadigen, mede om de broedsels niet te verstoren. “                                                                                                                                                                          Dit schreef ik vorig jaar en dit jaar is het niet anders. 1 gevonden nest met 4 jongen is het schamele resultaat. Er werden twee mogelijke broedsels in het Wormer- & Jisperveld gesignaleerd, maar deze konden niet worden bereikt.

Slechtvalk en Boomvalk

Ook dit jaar van deze soorten geen nesten in onze administratie. Jos Blakenburg van onze werkgroep heeft in den lande wel 12 jonge slechtvalken mogen ringen. In totaal zijn 8 broedsels gevonden, waarvan 2 zijn mislukt. We schrijven dan over globaal het gebied Noord-Holland.

Conclusie

Al met al hebben we dit jaar ongeveer 300 jongen in handen gehad bij het ringen.                                              “Een gemiddeld broedseizoen” is denk ik de beste omschrijving  voor de broedperiode 2020.

Dat het leven van de dieren gemiddeld kort is, blijkt weer uit de terugmeldingen die we tot nu toe gehad hebben van gevonden dode vogels. Sommige jongen hebben zichzelf niet kunnen redden in de brute natuur, anderen zijn met behulp van de mens aan hun einde gekomen (auto’s).                                                              Zonder de omgelegde ringen waren we hier nooit achter gekomen.

Corona heeft geen vat gehad op de vogels, helaas wel op de mens. Ook wij ringers hebben met strenge regels rekening dienen te houden. Dat is de reden dat dit jaar bij (bijna) geen enkele ringsessie gasten mochten worden verwelkomd. Slechts de gastgezinnen bepaalden wie er mocht komen en ook zij waren – terecht- zeer terughoudend. Zelfs wij als ringers dienden een periode met twee of meer auto’s op pad te gaan, omdat we niet bij elkaar mochten of wilden zitten.

Wederom doen wij een beroep op de lezers om ons bijzonderheden te melden: dode vogels; nesten; sporen van roofvogels, vervolging, shows et cetera, vernemen wij gaarne via de contacten die u op onze website kunt vinden:

www.kiekenkaike.nl

Namens de Werkgroep Roofvogels en Uilen

Van Vogelbeschermingswacht “Zaanstreek”.

Rein Beentjes

19-10-2020

De verslaving van een Kerkuilen-Cam.

Seizoen 2020

Zoals inmiddels bekend mag worden verondersteld, is mijn verslaving gewijd aan de kerkuil. Sinds ik rond de jaren 2005/2006 door Jos Blakenburg gevraagd ben om een keer mee te gaan met het controleren van Kerkuilkasten en mijn eerste kerkuil in handen had (zie afbeelding), ben ik geleidelijk aan verslaafd geraakt aan deze prachtige vogel.

 

Nog steeds kan ik het gevoel oproepen van het moment dat ik bovenstaande vogel voor het eerst zag en nog meer het gevoel toen ik hem/haar voor het eerst mocht vasthouden.

Jeugdherinneringen kwamen bovendrijven, uit de tijd dat ik lid werd van JeugdNatuurWacht Nederland. De oorkonde uit 1960 ligt nog in mijn boekenkast……

Lees meer: De verslaving van een Kerkuilen Cam

Kort verslag Ringronde Wormer- en Jisperveld 2020

Traditioneel organiseren we al meer dan 10 jaar begin juni met de gezamenlijke werkgroep een vaartocht door het W&JVeld om de daar aanwezige jonge roofvogels en uilen te meten en te ringen.

Vanwege corona was dat dit jaar niet mogelijk en zijn we met een klein groepje gaan varen zodat het 1,5 m afstand houden makkelijk te realiseren was.
Ringers; Marc, Jos en Michiel. Fotografe; Ivonne. Gids; Marcel

Aangekomen bij het eerste havik nest troffen we daar behalve 3 jongen van ca. 4 weken in de Breevaart een duikende Rosse Stekelstaart aan. Deze grappig uitziende duikeend is een exoot met een hemelsblauwe snavel en een opstaande staart.
De 3 jonge haviken, 1 man en 2 vrouwen werden gemeten en geringd en weer in het nest teruggeplaatst. Alle jonge roofvogels ringen wij met de metalen ring van het Vogeltrekstation en met een kunststofring met een lettercombinatie, die op afstand met kijker of telescoop afgelezen kan worden.

Daarna wachtte ons een teleurstelling. Op de Baanakkers, het oudste en enige oorspronkelijke boseiland in het veld van Natuurmonumenten, hebben jaar in jaar uit een havik en een buizerd hier met succes jongen grootgebracht.
Ook dit voorjaar zijn beide actief op de nesten waargenomen. Maar nu troffen wij de nesten leeg aan. Het broeden is waarschijnlijk verstoord door kap- en snoeiwerkzaamheden van Natuurmonumenten, waarbij vanaf de slootkant een strook van ca. 6 meter tot aan de nestbomen alle hout was gekapt. Waarvoor dat is gebeurd is onduidelijk.

Daarna ging het wat beter. Op eiland Blauw Bloempje waar ook elk jaar een buizerd met succes broedt was dit jaar slechts een jong aanwezig. Op het nest lag een nog warme pas geslagen wilde eendenpul. Bij gebrek aan muizen??

Op het eiland Rooie Veen troffen we in de TV kast 4 jonge Torenvalken aan die alle werden gemeten en van ringen voorzien. Het buizerdnest was te hoog voor onze ladder maar niet voor onze uitschuifbare camerastok, waarmee we 3 grote donsjongen konden vaststellen.

In de NM boerderij hebben we 5 jonge torenvalken geringd en 4 jonge Kerkuilen. Van het volwassen vrouwtje, die we in de kast aantroffen hebben het ringnummer genoteerd. Zodat we kunnen nagaan waar, wanneer en door wie deze uil is geringd.

In het heempark van de Poelboerderij troffen we in het sperwernest 2 kleine donsjongen aan, die over 1 week groot genoeg zijn om te ringen.en nog 2 niet uitgekomen eieren.

Het weer viel 100% met en al met al was het een geslaagde dag met tevreden deelnemers en mede dankzij de geweldige schipper Ruud.

Wormer 7 juni 2020 /MMAB

Naar hulp schreeuwende vrouw blijkt krijsende uil

Een duikteam, de brandweer, meerdere eenheden van de politie én een ambulance zijn zaterdagavond met spoed uitgerukt in Berlicum. Ze zochten naar een vrouw die in het water zou liggen. Na een uur zoeken bleek dat de melder toch geen vrouw had horen schreeuwen, maar een krijsende uil die in een boom zat. 

Rond 22.30 uur kreeg de politie een melding van iemand die een harde schreeuw had gehoord in de buurt van rivier de Aa in Berlicum. De melder dacht dat het een vrouw in nood was geweest, waarop de hulpdiensten geen risico namen en massaal uitrukten.

Ze zochten langs de kant en schenen met lampen in het water. Een duikteam stond al klaar om het water in te springen. Opeens hoorde een agent een uil in een boom een hard geluid maken, waarna de hulpdiensten zich afvroegen of dit het geluid kon zijn geweest van de melder. De meldkamer luisterde het bandje terug van de melding en belde de melder op. Die vertelde dat het bij nader inzien ook een uil kon zijn geweest. 

Bron: AD.nl