Broedseizoen 2024; een ramp voor de roofvogels en uilen
Een slecht muizenjaar
door Rein Beentjes, werkgroep Roofvogels en Uilen
Elk jaar staan de leden van onze werkgroep Roofvogels en Uilen weer verwachtingsvol uit te kijken naar het begin van het broedseizoen. Wat zal het jaar brengen? Zullen onze inspanningen er toe leiden dat we een record aantal broedsels en jongen mogen verwelkomen?
Welnu, ik kan u snel uit de brand helpen: 2024 was een ‘rampjaar‘, voor zover je van een ramp kunt spreken als de natuur zijn zaakjes zelf wel regelt.…
Spelbreker
Ons seizoen begint meestal in maart/april als de boombroeders hun plek weer gaan voorbereiden op het broedseizoen en in de opgehangen nestkasten de torenvalk en de kerkuil actief worden om hun partner een broedplek aan te bieden en de paringen voor het aangaan van de band tussen de vogels een aanvang neemt.
Door middel van camera’s in sommige kasten is dit proces al bij de aanvang prachtig te volgen. Waar we in het verleden slechts door fysieke controles konden beoordelen of er weer een broedsel was of aan het ontstaan was, krijg je nu per dag al bij het ontbijt via een laptop de mogelijkheid even in de kast te gluren en verrast te worden door het eerste ei.
Het weer is dit jaar een heel grote spelbreker geweest in de resultaten, zoals we die elk jaar kunnen en mogen publiceren. Persoonlijke omstandigheden van een enkel lid van onze werkgroep hebben de cijfers mede enigszins beïnvloed, maar het slechte weer is de grootste spelbreker dit verslagjaar.
Kou, wind en regen, veel regen, nee: heel veel regen, hebben ertoe geleid dat nesten uit bomen waaiden, muizen verdronken waardoor torenvalken en kerkuilen niet voldoende voedsel konden vinden. Door het gebrek aan voedsel stierven de jongen kat over kat, als ze al uit het ei kwamen.
De in het vangen van muizen gespecialiseerde torenvalken en kerkuilen konden niet voldoende voedsel vinden voor hun jongen (foto: Yvonne Langenberg)
Ingrijpen, door middel van het bijvoeren in broedkasten, is daarbij alleen aan de orde bij de in ons werkgebied sterk onder druk staande steenuil. Verder laten we de natuur haar gang gaan, hoe wreed ook en hoe machteloos je je voelt, juist weer door de informatie via de camera’s…
Een bijzonder fenomeen
Hoeveel invloed het weer heeft gehad, blijkt wel uit twee broedsels van de kerkuil op één en hetzelfde adres. In totaal werden hier 13 eieren gelegd en bebroed, maar waar slechts twee (!) jongen geringd konden worden, de rest legde het loodje. Dit was helaas wel een erg laag broedsucces.
Hierbij gezegd dient te worden dat er op dit adres al jarenlang een paartje aanwezig is en er in 2024 plotseling een tweede paar verscheen in de tweede nestkast. De man van dat stel verdween op een gegeven moment uit beeld en de vrouw verliet na drie dagen het nest om zelf te kunnen overleven en dus voedsel te gaan zoeken buiten het territorium.
Bij de steenuil was er het bijzondere fenomeen van twee broedende dames in dezelfde kast, waarover ons lid Ron Gans in de vorige editie van de Kieft (novembernummer) uitgebreid verslag heeft gedaan; pareltjes voor een vrijwilliger!
Onze actieve werkgroep
Daarnaast kunnen we ook positief eindigen over de bezetting van onze werkgroep. Er hebben zich drie nieuwe, vooral jonge, mensen aangemeld om deel te nemen aan onze activiteiten. Ze hebben het afgelopen seizoen al meegedraaid in het veld om te zien waaruit onze activiteiten bestaan. We hopen dat ze nog vele jaren binnen onze gelederen zullen blijven functioneren om op deze wijze straks de plaats van onze oudere groepsgenoten over te nemen en om zo de continuïteit van de werkgroep te waarborgen.
Onze cijfers in 2024 op een rijtje
Deze keer plaatsen wij geen tabel met de resultaten van een x-aantal jaren achter elkaar, maar wel van het aantal nesten en geringde of gevonden jongen in 2024 met vermelding per soort van de jaartallen en aantallen van het hoogste aantal en het laagste aantal ooit. Dat geeft dan een prima vergelijkend beeld van de resultaten in 2024. Behalve van de buizerd en steenuil zagen we verder van alle soorten in 2024 het laagste aantal jongen ooit in een lange reeks. Met name de torenvalk deed het dramatisch in 2024 met maar liefst 41 jongen minder dan het laagste jaar (2013) in de reeks.
Helaas werd 2024 zoals in de aanhef gemeld een rampjaar voor de roofvogels en uilen en dus ook voor onze werkgroep. We hopen uiteraard voor 2025 op een veel beter broedseizoen.
Soort |
Aantal nesten in 2024 |
Aantal jongen in 2024 |
Hoogste aantal jongen + jaartal |
Laagste aantal jongen + jaartal |
Buizerd |
9 |
16 |
28 (in 2022) |
15 (in 2011) |
Torenvalk |
16 |
23 |
187 (in 2019) |
64 (in 2013) |
Steenuil |
6 |
17 |
26 (in 2012) |
5 (in 2018) |
Havik |
2 |
4 |
22 (in 2015) |
5 (in 2017) |
Sperwer ■ |
1 |
3 |
32 (in 2014) |
5 (in 2022) |
Kerkuil |
10 |
24 |
144 (in 2019) |
35 (in 2016) |
Bruine kiekendief |
8-10 ?? |
4 ?? |
?? |
?? |
■: Aangetekend moet worden dat met name de nesten van sperwers en in mindere mate die van de havik moeilijk op te sporen zijn door hun heimelijke gedrag in het broedseizoen waardoor mogelijk het werkelijke aantal nesten en daarmee jongen hoger is dan vermeld.
??: De bruine kiekendief is een uitermate lastige soort. Vanwege mogelijke verstoring worden nesten vaak niet bezocht en wordt naar deze roofvogelsoort minder actief gekeken. In het verslagjaar 2024 is er slechts één nest met jongen gelokaliseerd; een nest bij Buitenhuizen met vier jongen. De jongen daar werden niet geringd.
Tijdens de ringdag in het Wormer- en Jisperveld is met een drone gezocht naar nesten, maar werden geen nesten gezien. Yvonne Langenberg schreef over dit drone-onderzoek in de vorige Kieft een leuk verslag.
In De Reef zijn wel vliegbewegingen van kiekendieven gezien, maar werden ook geen nesten gevonden. Vanuit Het Twiske zijn ons geen gegevens bekend geworden.
In het Oostzanerveld-Noord hebben twee paar kiekendieven gebroed waarvan het resultaat niet bekend is (mededeling van natuurboer Jan Schipper jr. via Ed Staats).
In het Guisveld en Westzijderveld (noordelijk deel) waren twee nesten in het Guisveld en één tot twee in het Westzijderveld. Hier zijn ook uitgevlogen jongen gezien (mededeling Rob Koeman).
Rondom Krommenie hebben in ieder geval twee, maar waarschijnlijk zelfs drie paar gebroed. Bob van Duin meldde dat er nesten waren in de Dijkerhemme langs het Alkmaardermeer, nabij het plasdras aan de Lagendijk ten oosten van het fort Krommeniedijk en een nest in de buurt van het fort zelf. In Krommenie en omgeving werden ook uitgevlogen jongen waargenomen.
Als we alle gegevens bij elkaar optellen komen we op zo’n 8-10 paartjes met territoria/nesten van de bruine kiekendief. Wij hebben echter geen enkel jong geringd in 2024.
Een uitgevlogen bruine kiekendief jong bij het Alkmaardermeer (foto: Rien Gravesteijn)
Nog twee soorten
Twee soorten staan niet in de tabel.
Van de slechtvalk zijn in 2024 in onze regio geen broedresultaten bekend geworden. Er is wel één paar gespot op de Rabotoren in het centrum van Zaandam alwaar ook een nestkast hangt, maar die zijn vermoedelijk niet tot broeden gekomen. In voorgaande jaren waren er regelmatig 1 tot 3 broedparen in de Zaanstreek te vinden. Slechtvalken broeden van oorsprong op rots-richels in gebieden met bergen, terwijl ze in Nederland voornamelijk op hoge gebouwen of in hoogspanningsmasten hun nest hebben. Bekende Zaanse broedplekken waren de hoogspanningsmast die door het Westzijderveld loopt van Westerwatering naar Westzaan, de PTT-toren in Wormer waar een nestkast hing, de Rabotoren waar ze al eerder gebroed hebben en in een stilstaande kraan op het failliete Cerès-terrein aan de zuidkant van het Noordzeekanaal. De nestkast op de PTT-toren in Wormer was op enig moment min of meer vergaan, maar er kwam helaas geen toestemming van de huidige eigenaar om een nieuwe kast te mogen plaatsen.
Een fraaie ransuil (foto: Piet Heistek)
Ook de nesten van de ransuil zijn moeilijk te lokaliseren. Zij gebruiken voornamelijk de oude nesten van eksters en kraaien. Toch konden we nog 15 tot 20 nesten noteren, maar hebben we uiteindelijk geen enkel ransuilenjong geringd.